Krumldal - Het dal van de gieren


Een van de grootste vertegenwoordigers van de giersoorten, de baardgier, heeft zijn thuis in het Krumldal. Eens was deze prachtige gierensoort, met een vleugelspanwijdte van tot 2,9 m, een veel voorkomende broedvogel in de Alpen. Het laatste broedbestand van de baardgier is echter al rond de eeuwwisseling verdwenen.

Sinds 1986 zet het internationale wereld naturfonds zich in voor het opnieuw uitzetten van de baardgier in de Hohe Tauern. De baardgieren hebben in hun rug een kleine zender en kunnen voor een bepaalde tijd telemetrisch gelokaliseerd worden.

In dit kader vooert een ‚beleveniswandeling' "in het dal van de gier", waar kinderen en ouders met wat geluk deze machtige "Thermikvliegers" Aanschouwen kunnen. Vakkundige kennis-overdracht over de baardgier rondt dit natuur-belevenis-programma voor families af.

 

 

 


"Könige der Lüfte"-huis

Ervaar in de tentoonstelling in het nieuwe "Könige der Lüfte"-huis alle wetenswaardigheden over de steenarenden, baardgieren, vale gieren & co. Bovendien kunt u bij wandeltochten in het dal van Rauris deze grote roofvogels in de lucht live gadeslaan.



De koning van de lucht

Baardgieren, Vale Gieren en Steenarend

Baardgier - Lammergier

Zeer grote, lang gevleugelde gier. Bovenzijde, staart en onderkant vleugels zwartbruin met vuilwitte druppelstreepjes. Kop licht met zwarte borstelbaard en oogstreep. Snavel donkergrijs met gelige punt, poten blauwgrijs, iris geelbruin met rode ring. Beide geslachten gelijk gekleurd, vrouwtje groter. Jonge vogels met donkere kop en hals en bruine poten. Kadavers van pas gestorven dieren, schildpadden; slechts in noodgevallen ook aas. Ongeveer 86% van de totale hoeveelheid voedsel bestaat uit botten. Grote botten en schildpadden neemt de  lammergier mee de lucht in en laat ze van 20-40 meter hoogte op een rots te pletter vallen.



Vale gier

Gier die het meest talrijk in Europa voorkomt, groter dan de Zeearend. Verenkleed zeer licht zandkleurig bruin, met vrij lange witte hals, die tijdens de vlucht wordt ingetrokken, witte halskraag, vleugels en staart donkerbruin. Jongen donker met bruine kraag. Alleen bij aas te horen; vecht met sissende, kekkerende en kreunende geluiden om de beste stukke



Steenarend

Grote donkerbruine arend; alleen kop en nek zijn lichtbruin tot goudgeel. Staart donkerbruin met lichte wortel. Snavelpunt zwart, poten geel, iris donker- tot lichtbruin. Jonge vogels, zwartbruin met witte basis van de slagpennen en witte staart met brede, donkere eindband. Bij het ouder worden, wordt de staart donkerder. Geslachten gelijk gekleurd, vrouwtje groter dan mannetje.Grote zoogdieren tot de grootte van een hertekalf (in de Alpen overwegend marmotten), vogels tot de grootte van een Auerhoen: vooral in de winter ook aas.




Schnellanfrage